4 activiteiten om van de Gouden Weken een succes te maken

4 activiteiten om van de Gouden Weken een succes te maken

Het doel van de Gouden Weken is om een veilige groep te creëren waarin alle leerlingen zich thuis voelen. Een groep waarin geen plaats meer is voor pesten, buitensluiten en gedragsproblemen.

De 4 volgende activiteiten maken van jouw Gouden Weken een groot succes.

 

#1 De groepsafspraken

Een heel belangrijke activiteit die veel aandacht mag krijgen is het formuleren van groepsafspraken. De groepsafspraken samen met de kinderen formuleren en vastleggen werkt vele malen beter dan wanneer ze door een leerkracht worden opgelegd.

Hoe doe je dit?

Vraag klassikaal welke regels en afspraken kinderen belangrijk vinden. Noteer alle regels en afspraken op het bord. Het zullen veel dezelfde regels en afspraken zijn.

Geef kinderen vervolgens de opdracht om samen 7 regels te formuleren die voor jullie groep vanaf nu gaan gelden, waarin eigenlijk alles opgenomen moet zijn. Denk hierbij aan een positieve bewoording (waarbij je woorden als “niet” zoveel mogelijk voorkomt).

Bespreek alle 7 regels en zorg dat ze voor iedereen duidelijk zijn. De groepsafspraken mogen nu uitgewerkt worden op een poster (waar je een creatieve opdracht van kunt maken) en worden door alle kinderen ondertekend.

Hang ze op een plek die iedereen kan zien en verwijs er regelmatig naar.

 

#2 Het groepskunstwerk

Het is leuk om “iets” van de groep in je klas op te hangen. Natuurlijk zijn er honderden manieren om aan een groepskunstwerk vorm te geven. Bijvoorbeeld deze: zorg voor een plat stuk hout van 1,5 meter bij 1,5 meter (karton kan eventueel ook) en geef de kinderen de opdracht om met verf een “groepskunstwerk” te maken.

Je kan hier heel erg variëren in vrijheid en behoefte. Heeft jouw klas behoefte aan sturing? Bepaal dan dat ze iets moeten maken (een dierentuin bijvoorbeeld). Spreek af:

  • Iedereen mag zijn eigen bijdrage aan het kunstwerk leveren
  • We zijn positief over ieders bijdrage aan het kunstwerk

Aan het einde wordt het kunstwerk op een mooie plek in de klas opgehangen.

Andere ideeën:

  • Neem de hele week de tijd voor dit kunstwerk en laat kinderen van thuis foto’s meenemen die bepalend zijn voor wie ze zijn. Maak op die manier een collage van alle kinderen in de klas.
  • Geef de opdracht om een klassendoel te bepalen (waar willen ze dit jaar aan werken met elkaar) en geef dit vorm in een kunstwerk.

 

#3 SOLE

SOLE staat voor Self Organized Learning Environment. Kort gezegd werkt het als volgt: in groepjes van 4 kinderen moet antwoord worden gegeven op een vraag. Bijvoorbeeld: hoe kan het dat een vliegtuig in de lucht blijft?

De leerkracht doet een korte introductie (ik was op vakantie met het vliegtuig en vroeg me ineens af hoe het kwam dat we niet naar beneden stortten) en geeft dan de opdracht aan de klas om het samen uit te zoeken.

Bij de SOLE mogen ze gebruik maken van 1 tablet/ computer/ Chromebook, 1 telefoon en een reeks boeken. Het antwoord geven ze op een poster.

De tijd begint te lopen (45 minuten tot een uur, afhankelijk van je klas) en nadien wordt het antwoord gepresenteerd.

Kinderen mogen ondertussen wisselen van groepjes en informatie met elkaar uitwisselen. Maar wel moeten de groepjes steeds uit 4 kinderen bestaan (hier en daar misschien 3 of 5, afhankelijk van je leerlingaantal).

 

#4 Zoek de talenten

Door te focussen op talenten gaan kinderen eerder talenten zien in plaats van tekortkomingen. In de activiteit zoek de talenten geef je de kinderen de opdracht om in kaart te brengen waar klasgenoten goed in zijn. Dat gebeurt in een open situatie, waarin kinderen met elkaar in gesprek gaan.

Op papier houden ze per kind bij wat de talenten zijn en waar deze kinderen goed in zijn.

De verwerking van deze opdracht kan op meerdere manieren plaatsvinden:

  • Maak een kwartetspel van de klas, waarin je talenten als “categorieën” hebt (mag ik van de “talenten in voetbal” Marco?);
  • Maak een talentenbord, waarbij je de foto’s van alle kinderen verzameld en daaronder hun twee grootste talenten;
  • Doe een soort van quiz en bevraag de klas bij wie ze aan zouden kloppen voor een partijtje hockey, voor het maken van een werkstuk, voor het verzorgen van een konijn etc.

 

Welke activiteiten doe jij om het beste uit je groep naar boven te halen?

Groepsprocessen

Het groepsproces in beeld gebracht

Hoe oud of jong we ook zijn, in groepen vinden processen plaats. En die zijn overal hetzelfde: ook bij volwassenen.

Leerkrachten kennen deze groepsprocessen beter dan wie ook, want ze worden er (minstens) 5 keer per jaar mee geconfronteerd. Aan het einde van elke vakantie vinden de fases van de groep weer even plaats. Maar ook wanneer er kinderen van school of groep wisselen of wanneer er een andere leerkracht voor de klas wordt gezet.

De fases van het groepsproces brengen we hieronder in beeld.

 

1 Forming

De oriëntatiefase wordt “forming” genoemd. In het boekje “de Gouden Weken” van Boaz Bijleveld wordt het zelfs de “kat uit de boom kijk-fase” genoemd, hoewel dat niet voor iedereen geldt.

De groep komt voor het eerst (na lange tijd) weer samen, maakt de balans op en bepaalt welke rol voor iedereen is weggelegd. De oriëntatieronde kan enkele dagen tot een week duren. Doorgaans is de formingfase voorbij als er herhaald gaat worden (dus een tweede week plaatsvindt).

 

2 Storming

De rangorde van de groep wordt in fase 2 bepaalt. Welke groepjes worden er gevormd? Wie fungeert er als leider van die groepjes en wie als leider van de hele groep? Welke kinderen hebben duidelijk meer invloed op de groep dan andere? Wie vallen er buiten? Waar zit wrijving?

Het is voor leerkrachten heel belangrijk om deze fase goed te bestuderen, want zo is precies duidelijk welke rollen er vervuld worden in de groep.

Deze fase duurt 1 tot 2 weken en kan (deels) overlappen met fase 1.

 

3 Norming

Nadat de eerste twee fases doorlopen zijn komt de fase “norming” om de hoek kijken. In deze fase wordt de norm bepaald. De norm is van toepassing op de hele groep, maar hangt nauw samen met de samenstelling van subgroepjes, hun leiders en de kinderen die er al dan niet buiten vallen.

De houding van de leerkracht is van groot belang voor de bepaling van de “norming”-fase. Want de ene leerkracht houdt meer van overzichtelijkheid en structuur dan de ander. Zo kan exact dezelfde groep bij de ene leerkracht strakker in het gareel zitten dan bij de ander, waar meer chaos heerste. Zonder dat dit negatief hoeft te zijn.

 

4 Performing

Nu de kaarten geschud zijn, gaat het erom dat er gepresteerd wordt. De omgangsvormen met elkaar zijn nu bepaald. Dit kan goed uitpakken als iedereen netjes met elkaar omgaat, maar ook negatief. De leiders van de groep zijn nu duidelijk en hebben veel te zeggen. Je hebt hier positieve en negatieve leiders bij.

Positieve leiders dragen doorgaans bij aan een prettig klimaat in de groep, waarin samengewerkt kan worden.

Negatieve leiders kunnen zorgen voor problemen, pestgedrag en zelfs onderdrukking.

Voor leerkrachten is het belangrijk om de fase “performing” heel goed in kaart te hebben. Zo nodig moet er ingegrepen worden.

 

5 Reforming

Vroeg of laat is zeker dat de kinderen weer uit elkaar gaan. Dit zie je in groep 8 heel duidelijk terug. Kinderen weten dat ze afscheid van elkaar moeten gaan nemen en ineens heel erg hecht worden. Het kan ook zijn dat de “reforming”-fase ruzies uitlokt.

In mindere mate zie je reforming ook aan het einde van het schooljaar terug, wanneer 6 weken vakantie in het vooruitzicht liggen. Bij kortere vakanties speelt het misschien ook, maar dat hoeft niet altijd heel opvallend te zijn.

 

Conclusie

Nu je weet wat de groepsfasen zijn die in een klas kinderen doorlopen wordt, kun je daar als leerkracht gerichter op anticiperen. Een ideale manier om dat te doen is door de Gouden Weken te introduceren. In die weken investeer je enorm in het groepsproces met als doel een veilig klimaat voor iedereen.

Heeft mijn kind Asperger

Heeft jouw kind het syndroom van Asperger? 10 signalen

Het syndroom van Asperger (ook wel het aspergersyndroom genoemd) is een pervasieve ontwikkelingsstoornis, vernoemd naar de Oostenrijkse kinderarts Hans Asperger. Mensen die aan Asperger leiden hebben beperkingen in sociale interacties en zeer beperkte interesses.

Hoewel de diagnose Asperger sinds 2013 niet meer gegeven kan worden, omdat deze als aparte diagnose uit de DSM-V is verdwenen, kan het alsnog voorkomen dat bij kinderen Asperger vermoed wordt. Tegenwoordig wordt het gezien als een vorm van autisme, of liever: een stoornis in het autistisch spectrum.

Twijfel jij of er bij jouw kind sprake kan zijn van Asperger? Deze 10 signalen kunnen je helpen een antwoord te vinden.

 

1 Wijs klinken en praten met volwassenen

Het wordt ook wel de “professor”-toon genoemd, de toon waarop kinderen met Asperger praten. Verbaal zijn ze heel sterk, maar door hun autisme kunnen ze maar over weinig onderwerpen praten. Als ze dan ergens op gefixeerd zijn, weten ze er heel veel over. Kinderen met Asperger praten dan ook vaak liever met volwassenen, omdat met kinderen van hun eigen leeftijd niet makkelijk te praten valt.

 

2 Sociaal onbegrip

Lichaamstaal lezen is voor kinderen met het syndroom van Asperger erg lastig. Ook zal een kind met Asperger niet snel een gesprek leiden. Kinderen met Asperger begrijpen niet dat ze op hun beurt moeten wachten en dat er andere standpunten of meningen kunnen zijn.

Dit sociale onbegrip kan leiden tot isolatie van de groep.

 

3 Obsessieve focus op één interesse

Kinderen met het syndroom van Asperger kunnen urenlang bezig zijn met één activiteit of één interesse. Vaak wordt er met één speeltje heel lang gespeeld en krijgt het alle aandacht.

Op latere leeftijd kunnen kinderen met Asperger belangstelling krijgen voor bepaalde onderwerpen, waar ze obsessief meer over te weten willen komen. Er zijn ook verhalen bekend van kinderen bij wie elk jaar dezelfde onderwerpen gepasseerd worden. Zo kan er in januari en februari veel belangstelling zijn voor achtbanen, terwijl er in maart en april ineens interesse is in neushoorns. Het typerende van deze obsessie is dat ze elk jaar omtrent dezelfde tijd terugkomen.

 

4 Routine

Aansluitend op punt 3, hebben kinderen met Asperger vaak heel veel baat bij routine. Deze kinderen zijn heel blij met structuur. Daardoor raken ze niet verward.

Het kan dus zijn dat een kind in paniek raakt als hij niet om 7.30 uur onder de douche kan, als dat dagelijks gebeurt.

Een wijziging in de routine moet van tevoren gezegd worden, anders kan een kind volledig in de stress schieten en gedesoriënteerd raken. Hier kan het kind een hele dag last van houden. Soms zelfs langer.

 

5 Weinig inlevingsvermogen

Ook typerend voor kinderen met Asperger is dat ze weinig tot geen inlevingsvermogen (empathie) hebben voor anderen. Kinderen met het syndroom van Asperger hebben geen idee wat de behoeften van anderen zijn. Ze lijken in hun eigen wereldje te leven.

Dit gebrek aan inlevingsvermogen bemoeilijkt het aangaan van relaties met anderen.

 

6 Begrijpen grapjes niet

Kinderen met het syndroom van Asperger begrijpen grapjes vaak niet. Ze missen de schakel om toonverschillen op te merken en horen ook geen sarcastische of cynische ondertoon. Ze kunnen alles heel letterlijk nemen. Veel ouders van kinderen met Asperger geven aan dat hun kinderen niet aan kunnen geven of iemand een grapje maakt of juist serieus is.

 

7 Uitbarstingen en instorten

Kinderen met het syndroom van Asperger kunnen snel boos worden en instorten. Als er afgeweken wordt van routines, bijvoorbeeld. Ze zijn niet in staat om hun emoties te beheersen als de zaken anders gaan dan ze hadden gedacht.

 

8 Zintuigen overprikkelen

Kinderen die het syndroom van Asperger hebben, zijn extra gevoelig wat hun zintuigen betreft. Harde geluiden, sterke lichten of texturen kunnen hen overprikkelen. Er zijn kinderen die aangeven dat bepaalde kleding een bepaald gevoel teweeg brengt, waardoor ze het niet meer willen dragen. Hetzelfde geldt voor kleuren, aanrakingen en geluiden.

 

9 Ongewone gezichtsuitdrukkingen en houdingen

Kinderen die Asperger hebben, staren vaak langer naar anderen of vermijden oogcontact. Ze hebben vaak ook ongewone gezichtsuitdrukkingen of nemen opvallende (vaak voor andere zeer vreemde) houdingen aan.

 

10 Langzame motorische ontwikkeling

Kinderen met het Aspergersyndroom ontwikkelen zich op motorisch vlak vertraagd. Ze hebben een slechte motoriek en kunnen niet goed schrijven of fietsen. Daardoor zijn kinderen met het syndroom van Asperger vaak weinig sportief. Ze kunnen het gewoonweg niet.

 

Heb jij het vermoeden dat je kind Asperger heeft? Een huisarts kan je verder begeleiden.