Cito-toetsen in een veranderend toetslandschap

Het toetslandschap in Nederland is ingrijpend veranderd. Veel ouders tasten in het duister rondom de adviezen op school. Want hoe zit het nu met de Cito-toets? En hoe zit het straks met het schooladvies naar de middelbare?

De toetsen op de basisschool zijn veranderd sinds de Cito-toets naar achteren is geplaatst. Adviezen voor het voortgezet onderwijs worden sindsdien zonder de Cito-toets gesteld. Maar dat betekent niet dat de Cito-toets voor niets wordt gemaakt. Hij is immers verplicht.

 

Cito-toetsen in het leerlingvolgsysteem

Basisscholen zijn verplicht om hun leerlingen te volgen wat betreft leerresultaten. Als kinderen toetsen maken, worden die bijgehouden in een leerlingvolgsysteem (LVS). Een bekend leerlingvolgsysteem is dat van Cito. Cito is namelijk de grootste aanbieder van toetsen voor het onderwijs in Nederland. Zie ook de Cito-toets kennisbank met vragen en antwoorden over de Cito-toets.

Leerlingvolgsysteem

Het toetsen volgens het LVS houdt in dat scholen tweemaal per jaar Cito’s afnemen. Dat gebeurt zowel in groep 1-2 als in groep 7-8 als in alles wat er tussen ligt. Globaal gezien worden de volgende toetsen in het basisonderwijs afgenomen.

Groep 1-2

  • Cito-toets rekenen (Midden en Eind);
  • Cito-toets taal (Midden en Eind);

Groep 3 en 4

  • Cito rekenen (Midden en Eind);
  • Cito spelling (Midden en Eind);
  • Cito technisch lezen (Midden en Eind);
  • Cito AVI (leesniveau, Midden en Eind).

Groep 5 en 6

  • Cito rekenen (Midden en Eind);
  • Cito spelling (Midden en Eind);
  • Cito technisch lezen (Midden en Eind);
  • Cito woordenschat (Midden en Eind);
  • Cito begrijpend lezen (Midden);

Groep 7 en 8*

  • Cito rekenen (Midden en Eind);
  • Cito spelling (Midden en Eind);
  • Cito begrijpend lezen (Midden en Eind);
  • Cito woordenschat (Midden en Eind);
  • Cito begrijpend lezen (Midden);
  • Cito studievaardigheden (Midden);
  • Entreetoets in groep 7;
  • Cito Eindtoets in groep 8.

*Groep 8 maakt de toetsen Midden al aan het Begin en de Eindtoetsen vervallen, vanwege de Cito-toets die alles nog een keer toetst.

 

Bovenstaande tabel is het toetslandschap volgens Cito, zoals dat er ongeveer uitziet. Niet alle scholen nemen alle toetsen af, want dat is niet verplicht. Doorgaans worden de toetsen van rekenen, spelling en begrijpend lezen als leidraad gebruikt en belangrijkst gezien.

Cito-toets nog belangrijk

Advisering voortgezet onderwijs

Voor het advies naar het voortgezet onderwijs komen de leerkrachten van groep 8 omstreeks oktober, november bij elkaar. Er wordt dan gekeken naar de afgenomen toetsen. Globaal gezien tellen de volgende toetsen mee bij het advies:

  • De toetsen van rekenen Cito’s vanaf groep 6
  • De toetsen van begrijpend lezen Cito’s vanaf groep 6
  • De Entreetoets van groep 7

Naast deze toetsen wordt gekeken naar de algemene werkhouding. Over het algemeen is het advies vrij eenvoudig samen te stellen. Overwegend I-scores staan voor VWO advies en overwegend V-scores voor VMBO basis. Daartussen liggen de scores II, III en IV. Zie ook: toelating VO.

 

Wat is dan de zin van de Cito aan het einde?

De Cito-toets kan desondanks zinvol zijn. Ook al wordt het advies al eerder gegeven, als de Cito-toets een hogere score heeft dan de toetsen in het LVS en dus het advies van de leerkracht, kan de plaatsing van een kind heroverwogen worden. Wie tl advies kreeg en havo scoort, mag in principe naar een havo-klas. De meeste middelbare scholen reserveren een plek in iedere klas, omdat dit regelmatig gebeurt.

Los van deze voordelen voor kinderen, biedt de Cito ook houvast voor de middelbare school. Zij kunnen aan de hand van de toets zien waar een kind gebleven is en wat dus de beginsituatie is bij hen op school.

 

Samenvatting

Het toetslandschap op basisscholen is ingrijpend veranderd sinds de Cito-toets naar april is verplaatst. De overige Cito’s, wat er dus aardig wat zijn, helpen al mee bij het vormen van een advies. Vooral de toetsen vanaf groep 6 tellen hierbij zwaar mee. Het advies is doorgaans bindend, mits er een hogere Cito-score uit de toets in april rolt. Middelbare scholen reserveren op ieder niveau een paar plekken, zodat kinderen die al ingeschreven zijn, naar een hoger niveau doorgeplaatst kunnen worden.

De Cito-toets heeft wat dat betreft nog betekenis voor ouders die zich niet neerleggen bij het advies van de basisschool en voor middelbare scholen, die een beginsituatie in handen krijgen.

Passend onderwijs, past het?

Ieder kind moet het onderwijs krijgen dat hij of zij verdient. Onder dat motto is een aantal jaar geleden passend onderwijs ingevoerd. Maar wat houdt dat passend onderwijs nu precies in en hoe is het terug te zien op scholen?

Of is passend onderwijs een verkapte vorm van bezuinigen, zoals veel boze tongen beweren? In dit artikel een opheldering.

Wat is Passend Onderwijs

Passend onderwijs

Het idee van passend onderwijs komt, zoals zoveel goede onderwijsideeën, uit Scandinavië. Daar zijn scholen zich gaan richten op het bieden van zorgonderwijs op maat. Kinderen met specifieke onderwijsbehoeften moesten gewoon op school onderwijs kunnen volgen, zonder dat ze afgezonderd zouden worden van de reguliere school.

Dat heeft erin geresulteerd dat allerlei kinderen in gewone klassen terecht zijn gekomen. Te denken valt aan kinderen met autisme, kinderen met het Down-syndroom, lichamelijk of geestelijk gehandicapte kinderen en meer.

Deze kinderen volgen gewoon regulier onderwijs, al dan niet met een aangepast programma. In Scandinavië is hier veel in geïnvesteerd. Leerkrachten werden omgeschoold en kregen onderwijsassistenten toegewezen om het klassenmanagement te kunnen handhaven en in die individuele behoeften te voorzien.

Dat heeft veel effect. In onder meer Zweden en Finland werpt het passend onderwijs zijn vruchten af. Kinderen leren met elkaar omgaan en kinderen met specifieke behoeften worden niet meer als uitzonderlijk beschouwd.

 

Nederland

In Nederland moest het passende onderwijs ook gebeuren. Intussen is de Wet Passend Onderwijs al enige tijd actief en dat is in de klassen te zien. De meeste klassen zitten erg vol en bedragen meer dan 25 kinderen. In die klassen zitten kinderen met ADHD, autisme, gedragsproblemen/ -stoornissen, Down-syndroom en andere aandoeningen.

De leerkracht dient deze leerlingen optimaal te begeleiden door voor ieder kind aparte handelingsplannen per vak te schrijven.

Wat in Nederland echter verschilt met Scandinavië is de professionaliteit van de leerkracht. Leerkrachten zijn niet verplicht om zich om te scholen of bij te scholen en veel hebben dit dan ook niet gedaan.

Daarnaast is er weinig tot geen ondersteuning voor de leerkrachten. Anders dan in Scandinavië zijn de klassen groter geworden en is er geen onderwijsassistent beschikbaar.

 

Verkapte bezuinigingen

Het mag duidelijk zijn dat Nederland wat betreft Passend Onderwijs voor een dubbeltje op de voorste rij wil zitten. Dat zit het nu ook, maar de vraag is voor hoelang? Want in de praktijk breekt het de ene na de andere docent op. De werkdruk neemt toe, evenals gedragsproblemen. Passend Onderwijs klinkt heel mooi, maar moet wel in de praktijk haalbaar zijn.

Helaas is dat niet het geval.

Het mag duidelijk zijn… Aan passend onderwijs moet nog hard (heel hard) gewerkt worden.

Hard werken aan Passend Onderwijs

Bronnen:

Homepage Passend Onderwijs Nederland – www.passendonderwijs.nl

Zorgen in Kamer over Passend Onderwijs – www.nos.nl

Master Special Educational Needs

Een Master halen als leerkracht? Het kan tegenwoordig. Met de Master Special Educational Needs kunnen leerkrachten in Nederland het beste uit zichzelf halen en een specialisatie gaan verdienen. De M Sen, zoals de opleiding kort luidt, bereidt voor op een specialistenrol binnen de school. Na het voltooien van de opleiding mag een leerkracht zich master noemen.

Een masteropleiding kan positieve gevolgen hebben voor je verdere ontwikkeling. Leerkrachten krijgen er een hoger salaris door, maar ook meer erkenning. Tevens bestaat er de mogelijkheid om in andere sectoren aan het werk te gaan.

Master SEN

Wat is de Master Special Educational Needs?

De Master Special Educational Needs leidt leerkrachten op tot leerkrachten die kunnen voorzien in speciale onderwijskundige behoeften. Je kunt Master SEN worden op diverse vakgebieden, zoals:

  • Master SEN gedrag
  • Master SEN innoveren en leidinggeven
  • Master SEN hoogbegaafdheid
  • Master SEN leren
  • Master SEN rekenonderwijs
  • Master SEN taalonderwis
  • Master SEN inclusief onderwijs

Het ruime aanbod aan Master SEN opleidingen maakt het voor iedereen interessant om zich in een nieuwe opleiding te verdiepen.

 

Opbouw van de Master

De Masters worden gegeven op hogescholen en enkele universiteiten. Het betreft een HBO-master. De opbouw is verdeeld in 60 studiepunten. Om die punten te behalen moeten thema’s, of losse cursussen gevolgd worden. Die leveren punten op. Het kan dan gaan om tal van vakken, behorend bij de gekozen Master.

 

Onderzoek

Net als op de universiteit krijgen leerkrachten de kans om onderzoek te doen. Vaak is dit een vereist om punten te halen. Zij doen onderzoek in de praktijk en leren hoe ze een gedegen onderzoek op kunnen zetten. Het onderzoek is vaak gericht op de eigen praktijk, maar moet wel volgens tal van regels gebeuren. Zo worden de internationaal geldende APA-normen verwacht en moet een onderzoek gepresenteerd worden.

 

Titel

Na het afronden van de Master SEN mag een leerkracht zich Master Special Educational Needs noemen en draagt hij of zij de titel M Sen. Dit verschilt met het buitenland, waar aan de Master de MEd SEN titel wordt toegewezen. Dat heeft te maken met het verschil in universiteiten en hogescholen.

 

Bouwstenen

Wie wel graag een Mastertitel wil behalen, maar geen zin heeft om twee jaar lang te studeren, kan het handig zijn om bouwstenen te gaan sprokkelen. De Master maakt het namelijk mogelijk om stapsgewijs cursussen te volgen en uiteindelijk alsnog af te studeren. De bouwstenen voor de Master SEN behandelen deelcursussen.

 

Bronnen:

Master SEN op Fontys – www.fontys.nl

Windesheim over de Master Special Educational Needs – www.windesheim.nl